De roeiadvonturen van Peter Finkenfogel
De roeiadvonturen van Peter Finkenfogel
Head of The River
Zondag 22 maart
De Head of the River is voor mij een begrip. In 1973 heb ik me een half jaar erop voorbereid als lid van een studenten 8 bij Skøll. Iedere zaterdag helling op, helling af in het mulle zand, iedere weekdag eerst een half uur in de bak, dan het water op, tot kotsen toe. Iemand haakte af en we zijn nooit gestart.
Op aandringen van mijn coach Rob Kluvers zag ik mijn kans om het verleden te repareren. Mijn twijfels wuifde Rob weg en daar ging ik, snoekend en slifferend, vechtend met wind, golven en deining. Dat moest beter in het vervolg.
Dus na twee jaar krachttraining en allerlei skiffcursussen: in Dreisbach, van Jorg Santen en recent coaching door Piotr, was ik vastbesloten mijn dramatische tijd van 2024 te overtreffen om met opgeheven hoofd de 75 te kunnen passeren. Ik was net op tijd hersteld van een griepje en met een “Trainings Readiness” (Garmin) van 80%, toog ik naar Amsterdam in de hoop onder de 45 minuten te blijven.
Fantastisch is het altijd om mee te doen in zo’n evenement: de spanning van de voorbereiding, al die boten in het gras, de opgewekte sfeer. Het is 6km oproeien en voorbij de brug beland je in een kleurig veld van honderd bootjes dat, geklemd tussen een Duitser en een Brit, drijft naar de fuik van de start net voorbij de brug van Ouderkerk. Ik had mijn zoon en een vriend geronseld om me aan te moedigen in momenten van wanhoop en uitputting.
Anders dan de eerste keer was het weer voor een korte broek, fris maar zonnig, een zachte wind soms mee en soms tegen. Natuurlijk was het frustrerend om weer vaak ingehaald te worden, maar dankzij mijn nieuwe betrouwbare haal kon ik heerlijk gas geven bij de rustigere stukken en in bochten om oplopers voor te blijven, de rechte lijn vinden van binnenbocht naar binnenbocht, vaak omkijkend voor de juiste strategie. Wat een prachtige, afwisselende omgeving is dat, die Amstel, met zijn lastige bochten! De eerste strak tegen bakboordwal, daarna oversteken, weer naar bakboordwal en dan de kunst: niet op het midden maar vlak tegen stuurboordwal blijven roeien tot je de grote bocht (Hoerenbocht genoemd!) overziet en die weer strak tegen bakboordwal in één keer te nemen met volle druk op de stuurboordriem. Na de laatste bocht wordt het water breed en is het even lastig inschatten welk bruggegat te kiezen.
De Omval is notorisch voor de golven, deining en alle woonboten; ik heb moeite met mijn rechte lijn totdat RIC in zicht komt. Dan lijkt het einde nabij maar is het nog altijd 1500m naar de finish. Wat een verrukking was het om na de Berlagerbrug nog een eindsprint in te kunnen zetten en met een fatsoenlijke techniek de finish te passeren. Iemand stond te klappen, maar dat was omdat ik met mijn riem tegen een opblaasboei klapte en dat elegant bleek te kunnen opvangen.
Voor het eerst was niet de laatste en overtrof mezelf met een tijd van 41 minuten.
De Oude IJssel race
Zaterdag 18 april
Het was deels gemakzucht om aan deze wedstrijd deel te nemen: ik kon een boot lenen van de sponsor. In mijn eentje, zonder mijn vaste maten Jurgen en Joris, met de botenwagen op pad was voor mij een brug te ver. De logistiek van deze race is ook gecompliceerd als je niet eerst de hele afstand van 12km wil oproeien. Dan moet je partner hebben die bereid is om je bij de start af te leveren en met de botenwagen bij de finish op te wachten. Oproeien heeft dan wel weer een voordeel dat je het traject hebt kunnen verkennen; dat ik dat niet heb gedaan zou me nog bezuren zoals later zou blijken.
Het gedoe rond wedstrijdroeien, het reserveren van de boot, afriggeren, opladen, rijden, parkeerplek zoeken, afladen, opriggeren, vaststellen dat je een riem/bankje/sleutel/ schroefje vergeten bent, de zenuwen, angst voor aandrang op een ongelegen moment, oproeien, eindeloos wachten voor de start en niet weten waarom, maar het ergste: op driekwart van de afstand je afvragen waar je in hemelsnaam aan bent begonnen, dit alles is zeker ontmoedigend.
In mijn ervaring echter is bovengenoemde litanie niet meer dan ongemak en is even vlot vergeten als de regenbui voorafgaand aan een zonnige dag. Het weegt niet op tegen de herinnering aan de grote gebeurtenis.
Een wedstrijd heeft alle ingrediënten van een feest. Je leeft er weken naar toe en in de voorbereiding besteed je eens wat meer aandacht aan techniek, wat het roeien uiteindelijk leuker maakt, en aan je conditie, wat een investering is voor een gezonde oude dag. Het proeven van een nieuwe omgeving, de bruisende sfeer waar iedereen op zo’n dag vrolijk bezig is met van alles en nog wat, altijd open voor een praatje, ik voel me een ander mens.
De omgeving is geweldig. De race begint in Doesburg, een goed geconserveerde Hanzestad en een bezoekje de moeite waard, wat overigens ook geldt voor de finish: Doetinchem kreeg al in 1236 stadsrechten. De kleine jachthaven, waar de start is, heeft een mooie graswal waar plek is voor alle 91 boten. Het was behelpen: twee toiletten voor al die nerveuze, vaak bejaarde, roeiers die allen twee aan twee te water gingen van een klein wiebelend vlot dat speciaal hiervoor was aangevoerd. Maar, de ontvangst was warm met koffie en koek.
Het eerste deel van de race was doorbijten met golven en wind mee, want ik ben (nog?) niet in staat in zo’n situatie mijn boot te stabiliseren en raak veel golftoppen in de recovery. Daarnaast is de afstand onpeilbaar: een heel lang recht stuk, schijnbaar zonder einde, veel heftiger dan de afstand tussen de 2de en 3de brug. Op de kaart lijkt het recht, eenmaal in de boot blijken de bochten scherper en je roeit van stuurboord naar bakboord en vice versa. Het vereist regelmatig omkijken en daarbij toonde mijn nek zijn beperkingen zodat ik toch een keer in het riet terecht kwam. Op 2/3de versmalt de rivier nèt na een bocht, en voor ik dat in de gaten had en instuurde word ik gesandwiched door twee oplopende roeiers waarbij ik bijna in aanvaring kwam met een boze dame die haar PR in rook zag opgaan.
Hier wordt de begroeiing ook wilder en je krijgt meer het gevoel op een rivier te zijn. Eindelijk kwam ik een paar keer in cadans (wat een onvergetelijk geluksgevoel geeft) en heb kunnen experimenteren met mijn beentrap. Na dit prachtige stuk begint de stad, altijd kleurig, met een aantal bruggen met heel veel klappende mensen. Fijn om dan nog een laatje met energie open te kunnen trekken voor een eindsprint. De aankomst is op een groot grasveld midden in de stad, heerlijk.